Wat bleef hangen: Impressies concertreis Maasstedelijke Kamerkoren 2-4 mei 2008 Het bijna voltallige Maasstedelijke Kamerkoor en het Seniorkamerkoor meldden zich rond zeven uur ’s morgens in de Berlagestraat. De elektronische piano werd met handkracht in de onderbuik van de luxe touringcar neergevleid. Naast enkele tassen en koffers werden vele kratten bier en wijn in de holle ruimte gestouwd: veelbelovend! Aangezien niemand te laat kwam, konden we dit keer op tijd en zonder paniek vertrekken: op Japanse precisietijd, halfacht, reed chauffeur Albert Jan weg. Het was even wennen dat Mariëlle niet aan het grote wiel draaide. Om de stemming er bij ons wat in te brengen zette Albert Jan de promotie-cd van zijn bedrijf, de fa. Verschoor, op. Dat sloeg duidelijk niet aan, maar was kennelijk voorschrift vanuit de directie. En dus vervolgden we de reis met ‘Albert de Zwijger’, zoals ik hem gemakshalve maar zal noemen, gezien het grote aantal oneliners, die hij de bus in slingerde. Als je Joop vraagt hoe de reis was zegt hij geheid enthousiast: ‘ik heb meer dan vijfentwintig reeën gezien’. Helaas waren er ook meer dan vijftig windmolens te zien geweest, maar dat moeten we voor het goede doel van het milieu voor lief nemen. In Worbis werden wij in het nieuwe ‘Jugendtagungs- und Freizeithaus’ van de Evangelisch-Lutherse kerk hartelijk verwelkomd door Pfarrerin Cornelia Feja, Waltraud en Gerhard Zenf. Koffie, thee en een assortiment koeken en koekjes stonden klaar, wat minstens zo aangenaam was als de aardige woorden. We konden de slaapkamers opzoeken en de bedden opmaken. Niet iedereen begreep direct hoe je een onderlaken met de vier puntjes om de hoeken van een matras moet spannen. We konden nu met drie personen in een tweepersoons kamer slapen en vorig jaar was dat nog met zes personen in een tweepersoonskamer, waar we om beurten moesten aan- en uitkleden: een kolossale verbetering dus. Nee, het was een prima gebouw en Frau Karin met dochter een geweldige gastvrouw! Na een korte wandeling door het plaatsje, wandelden we vocaal door een paar lastige passages van de muziek. De organist, die ons zondag in de kerkdienst zou begeleiden, meldde zich en met hem werd een grootmoedige poging gedaan om de mis van Bruckner door te nemen, wat helemaal mis ging. We daalden van de orgelgaanderij af naar de tafels in het bijgebouw om van heerlijke soep te genieten. Daarna vermomden we ons in koorkledij en haalden net op tijd de bus naar Mühlhausen om het concert in de St. Martinikirche te geven of wat daarvan was over gebleven. Voor nog geen vijftig supporters lieten wij ons van onze beste zijde horen en dat werd gelukkig opgemerkt door het publiek. Met gevaar voor eigen leven kletterden we van de tweede gaanderij, waar het orgel in een antistof verpakking stond opgesteld en waarvandaan onze koorklanken als een vocale zegen op de hoofden van de echte liefhebbers neerdaalden, terug naar de begane grond. Terug in het jeugdgebouw vlogen de broodjes met warme worst onze hongerige magen binnen. Vervolgens werd een en ander afgeblust met vocht van een bepaalde smaak. De jongerenafdeling van onze Maasstedelijke stamgroep heeft in een bierhuis aan een nachtelijke korenslag met een verder onbekend gebleven koor meegedaan. Er waren geen prijzen aan verbonden helaas. De volgende dag bleek het drie mei te zijn en Joop en ik lieten ons op een ochtendwandeling uitlachen door de groene specht, hoog in een boom gezeten. Dit was niet de eerste vogel, die onder onze aandacht werd gebracht: de rode wouw, de bosvink en de wilde vink niet te vergeten volgden al snel, terwijl we de volgende dag konden genieten van een bruine buizerd, die boven het park van Worbis rondjes draaide, op zoek naar een nietsvermoedende grasmuis. Moet ik iets vertellen van ons uitstapje naar het alleraardigste plaatsje Duderstadt, waar de muren van de huizen om onbegrijpelijke redenen opgedeeld zijn in kleurrijke vakjes en waar we terechtkwamen op een markt met kraampjes van veel leuke, maar onverkoopbare en niet eetbare producten, een kerk bezichtigden met kleurplaten van de Bergrede aan de gaanderij en een natuurliefhebber van ons koor maretakjes plukte en de bijbehorende kus gaf aan een niet-willekeurige voorbijgangster? Dan sla ik ook over dat we bij de nadering van het stadje via een onbegaanbare onderdoorgang op een modderpad stuitten, dat we ten koste van onze schone schoenen overstaken. Terug in Worbis kleedden we ons om en vertrokken om 12.31 uur naar Goslar. Om 12.38 merkte Willem dat er iets (?) vergeten was, zodat we om 12. 46 weer voor de kerk parkeerden en om 12.59 het punt passeerden, waar we met de bus omkeerden. Maar beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald, niet? We hadden een prachtige tocht door de Harz, door sommigen niet geheel bewust waargenomen. Eenmaal in Goslar na anderhalf uur heuvel op en heuvel af aangekomen, zochten we snel een eetgelegenheid op in de schaduw van de grote kerk. We maakten nog een rondgang door het mooie centrum en bereidden ons voor op het concert in de fraaie St. Stephanikirche. Een enkel koorlid ontving niet geheel overbodig een korte masterclass van Mark.
|